#boetiezoekthetuit: bloedonderzoeken tijdens je zwangerschap

zwangerVoor de één een fluitje van een cent, voor de ander een ware crime; bloedprikken. Tijdens je eerste bezoek vertelt je verloskundige of gynaecoloog over een bloed-onderzoek dat je kunt laten doen. Na dit eerste onderzoek volgt er één met 27 weken en mogelijk nog één met 34-35 weken. Wanneer je besluit de combinatietest te laten doen is er nog een extra bloedafname nodig tussen de 11 en 13 weken zwangerschap. Maar wat onderzoeken ze nou eigenlijk precies met deze testen? Ik sprak met mijn gynaecoloog en kwam het volgende te weten #boetiezoekthetuit

Bij dit eerste onderzoek (rond de 10-12 weken van je zwangerschap) wordt je bloed onderzocht op:
– irregulaire antistoffen
– bloedgroep en Rhesusfactor,
– infectieziekten syfilis (lues), hepatitis B of hiv
– ijzer- (Hb hemoglobine-) en het glucosegehalte
– antistoffen tegen rode hond

Dit bloedonderzoek gebeurt uiteraard alleen met jouw toestemming. Wanneer de uitslag van het bloedonderzoek laat zien dat je baby kans heeft om ziek te worden, is het vaak mogelijk om jou al tijdens de zwangerschap te behandelen en zo je baby te beschermen. Daarom krijg je het bloedonderzoek vroeg in de zwangerschap aangeboden, zodat een eventuele behandeling snel kan worden gestart. Als het ijzer/hemoglobinegehalte te laag is, heb je last van bloedarmoede. Dit komt toch wel vrij regelmatig voor maar is meestal goed te behandelen en niet schadelijk voor je kindje.

bloed
Wat zijn irregulaire antistoffen eigenlijk? Heel simpel gezegd zijn het antistoffen tegen de bloedgroep die je zelf niet hebt. Tijdens de zwangerschap en de bevalling kunnen er rode bloedcellen van je kindje in je eigen bloed terechtkomen. Wanneer jouw baby een andere bloedgroep heeft dan jij, kan je lichaam antistoffen maken tegen deze andere bloedgroep. Het laboratorium onderzoekt of je zulke antistoffen hebt, omdat sommige antistoffen het bloed van je kindje kunnen afbreken. Hierdoor kan je kindje al tijdens de zwangerschap bloedarmoede krijgen. Na de geboorte heeft je baby dan ook een grotere kans om er ‘geel’ uit te zien. Als uit de test blijkt dat er irregulaire antistoffen in je bloed zitten kan ook aan de vader van jullie kindje gevraagd worden om ook zijn bloed te laten controleren. Daarmee kan bepaald worden of er extra controles tijdens de zwangerschap noodzakelijk zijn.”

Wat houd ‘geel zien’in? “De huid van je kindje kan enkele dagen na de geboorte een beetje geel worden. Dit komt doordat een bepaalde stof die ‘bilirubine’ wordt genoemd, in het bloed en in de huid van de baby terechtkomt. De stof bilirubine wordt uitgescheiden door de lever. Na de geboorte ontstaat meer bilirubine dan de lever kan uitscheiden. De meeste baby’s krijgen tijdelijk een geel verkleurde huid ongeacht hun huidskleur. Bij baby’s met een donkere huidskleur is dit overigens moeilijker te zien. Soms is te zien dat het oogwit gelig wordt. Na een paar dagen tot twee weken verdwijnt de gele verkleuring meestal vanzelf. In uitzonderlijke gevallen kan de hoeveelheid bilirubine in het bloed zo hoog worden dat het gevaar bestaat dat de hersenen worden beschadigd. Daarom is het van belang dat baby’s de eerste levensdagen regelmatig gecontroleerd worden. Deze controle zal de eerste dagen door de verloskundige, de kraam- of wijkverpleegkundige of de ( kinder)arts worden gedaan. Als een baby al binnen 24 uur na de geboorte geel ziet is altijd verder onderzoek door de kinderarts nodig.”

Wat valt er te zien aan je bloedgroep en Rhesusfactor? “Het is belangrijk je bloedgroep te weten voor het geval dat je een bloedtransfusie nodig hebt of als de situatie zich voordoet dat je kindje na de geboorte geel wordt. Je bloedgroep kan A, B, AB of O zijn. Daarnaast bepaalt het laboratorium tijdens het bloedonderzoek of je Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief bent. Ben je Rhesus D-negatief, dan wordt je bloed in week 27 van de zwangerschap nog een keer onderzocht op antistoffen. Het laboratorium bepaalt in je bloed dit keer ook of je kind Rhesus D-negatief of -positief is.
Is je kindje ook Rhesus D-negatief, dan maakt jouw lichaam geen antistoffen tegen het bloed van je kleintje aan en is er verder niets aan de hand. 
Is je kind Rhesus D-positief? Dan bestaat de kans dat je lichaam antistoffen gaat maken tegen het bloed van je kindje. Om die kans te verkleinen, krijg je in week 30 van de zwangerschap een injectie. Je baby merkt niets van deze injectie en loopt geen enkel risico. Na de bevalling krijg je nog een keer een injectie.
Ben jij Rhesus c-negatief? Dan kan je lichaam ook antistoffen maken tegen het bloed van je kind. Voor deze situatie bestaat er echter geen injectie om dat te voorkomen. Daarom onderzoekt het laboratorium in week 27 van de zwangerschap of je lichaam antistoffen maakt. Zo ja, dan zal de verloskundige of gynaecoloog je tijdens de zwangerschap extra controleren. Die extra controles zijn nodig om te ontdekken of de gezondheid van je kindje in gevaar komt.

DNA

Waarom testen ze op ijzer- en de glucosegehalte in je bloed? “In de zwangerschap neemt de zuurstofbehoefte toe en daarom maakt uw lichaam extra rode bloedcellen aan. Maar naast de extra aanmaak van rode bloedcellen wordt er ook meer plasma (bloedvocht) toegevoegd. Omdat het plasmavolume meer stijgt dan de hoeveelheid rode bloedcellen ontstaat er een bloedverdunning. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de bloedstroom naar de baby zo makkelijk mogelijk verloopt. Door de bloedverdunning veranderen de waarden in het bloed, de concentratie van het hemoglobinegehalte (een ijzerhoudend eiwit in de rode bloedcellen) neemt per liter bloed dus af. Tijdens de zwangerschap komt vaker bloedarmoede voor omdat de vraag naar ijzer, foliumzuur en andere mineralen en vitaminen sterk toeneemt. Deze stoffen zijn belangrijk voor de normale productie van hemoglobine. Het ijzergehalte en de glucose in je bloed wordt bij 12, 27 en 34-35 weken routinematig weer gecontroleerd. Mocht je voeding niet voldoende zijn om de ijzer waarden op peil te houden, dan zal je een ijzersupplement voorgeschreven krijgen.
Zijn de glucose waarden te hoog bij her resultaat van de test dan heb je mogelijk z
wangerschapsdiabetes. Zoals de naam al aangeeft verdwijnt deze vorm van suikerziekte meestal binnen een aantal dagen na de bevalling. Het is belangrijk deze controle uit te voeren omdat de hoge suikerspiegels van de moeder die via de placenta het kind bereiken en kunnen zorgen voor een overproductie van insuline. Hierdoor kan bij het kind een sterke groei met vetstapeling ontstaan, het kind wordt dan meestal groter dan de zwangerschapsleeftijd.”

Wat gebeurt er als de test positief is voor infectieziekten als syfilis (lues), hepatitis B of hiv? “Syfilis (ook wel ‘lues’ genoemd) is een seksueel overdraagbare aandoening). Om besmetting van de baby te voorkomen, is het belangrijk dat de ziekte zo vroeg mogelijk in de zwangerschap wordt opgespoord. Blijkt uit het bloedonderzoek dat je syfilis hebt? Dan word je verwezen naar een gynaecoloog en krijg je antibiotica. Hepatitis B is een infectieziekte van de lever. De ziekte wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus. Soms hebben mensen geen klachten en weten zij niet dat zij met het virus besmet zijn. Als uit onderzoek blijkt dat je het hepatitis B-virus bij je draagt, dan geeft dit virus tijdens je zwangerschap geen risico voor de gezondheid van je kindje. Maar tijdens de geboorte kan een baby alsnog een infectie met het virus oplopen. Om deze reden krijgt je baby kort na de geboorte een injectie met antistoffen. Deze antistoffen beschermen je kind tegen het virus. Daarnaast is het belangrijk dat je kind zelf afweer opbouwt tegen het hepatitis B-virus. Om deze reden krijgt je kindje enkele vaccinaties: de eerste kort na de geboorte, daarna op de leeftijd van 6 weken, 3, 4 en 11 maanden.
Als uit het bloedonderzoek blijkt dat je met hiv bent besmet, word je doorverwezen naar een gespecialiseerd hiv-centrum. Je kunt het virus tijdens de zwangerschap of bevalling via je bloed op je baby overdragen, of daarna via borstvoeding. De kans op besmetting kan zeer sterk worden verminderd door virusremmers te gebruiken tijdens de zwangerschap.”

Waarom wordt er op antistoffen tegen ‘rode hond’ getest? “Ook rode hond wordt veroorzaakt door een virus, het ‘Rubellavirus’. Als je geen antistoffen tegen het rode hond virus hebt kan een infectie tijdens de zwangerschap afwijkingen bij het ongeboren kind veroorzaken. Vrouwen die na 1962 zijn geboren hebben op 11-jarige leeftijd vrijwel allemaal een vaccinatie tegen rode hond gehad. Omdat niet iedereen gevaccineerd is en omdat vaccinatie niet altijd voldoende afweerstoffen heeft opgeleverd wordt altijd bloedonderzoek gedaan.”
Wat gebeurt er eigenlijk met de uitslagen van deze onderzoeken? “De uitslagen van dit onderzoek komen in je eigen zorgdossier bij je verloskundige of gynaecoloog. Je gegevens en uitslagen komen ook in het landelijk informatiesysteem (Praeventis) van de screening. Je kunt hierboven lezen waarom dat nodig is, wat er met je gegevens gebeurt, hoe je privacy beschermd is en hoe je je gegevens kunt laten verwijderen. Je gegevens kunnen in bepaalde gevallen ook worden opgenomen in een landelijk informatiesysteem (TRIX) dat beheerd wordt door de Stichting Sanquin Bloedvoorziening. Als je in de toekomst bloed nodig hebt, kan het bloedtransfusielaboratorium je gegevens inzien. De Wet Bescherming Persoonsgegevens is op deze registratie van toepassing. Je gegevens worden nooit zonder jouw toestemming aan derden gegeven.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s